De problemen waarvoor de school zich geplaatst zag, waren van een geheel andere orde. Een bloemlezing uit de stukken van die tijd: In de vergadering van 4 februari 1921, dus ruim een jaar na de opening, wijst het hoofd van de school erop dat de school ruimte tekort komt. Hij stelt voor de zolderverdieping in te richten als leslokalen.

Ook wordt er gesproken over nieuwbouw op de grens van Haarlem en Heemstede. Men zal vast uitkijken naar grond. Grond is er al wel voor het jaarlijkse openluchtspel. Voor een vergoeding van ƒ 25,– per jaar mag de school gebruik maken van het speelveld aan de Emauslaan in Heemstede. Van de gemeente Haarlem mag gym worden gegeven in de zaal aan de kleine Houtweg. De gymnasten behoefden daarvoor niet langer naar het Sanderinstituut.

In 1929 spreekt het schoolhoofd over de noodzakelijkheid het schoolgebouw uit te breiden. Er wordt een bouwplan gemaakt en de gemeente Haarlem keurt de plannen goed tot een bedrag van ƒ 45.800,–. Muren worden weggebroken, de balkonkamer wordt bij een lokaal getrokken en de kamer van de baas komt beneden, daar waar hij nu nog is. In de schoolkrant staat er bij vermeld: met een echt bureau en fauteuils.

In februari 1931 wordt het nieuwbouwgedeelte van de school feestelijk geopend. De baas neemt gelijk de gelegenheid te baat en vraagt om een schrijfmachine en telefoon thuis.