In september 1939 verzoekt de gemeente een lokaal te mogen gebruiken voor het uitreiken van stamkaarten voor distributie. De school toont zich inschikkelijk.

Nijpender wordt het als op 9 september 1939, dus net in het nieuwe schooljaar, het bevel wordt gegeven de school te ontruimen voor militaire bezetting. Aan de ouders van de leerlingen wordt een schrijven gericht ter geruststelling en met de belofte, dat er met spoed naar een andere regeling gezocht zal worden.

Helaas, op de vergadering van 22 december 1939 ten huize van de voorzitter, de heer ten Boom in de Barteljorisstraat 19, blijkt men met de handen in het haar te zitten. Er is geen geschikte uitweg gevonden. Het dagelijks bestuur wordt opgedragen uit te zien naar leegstaande woningen en gebouwen. De klassen worden uiteindelijke her en der gehuisvest, onder andere in de keuken van de Provinciale Griffie en bij particulieren thuis, onder andere bij dr. Wamsteker in de van Eedenstraat. Ook is gebruik gemaakt van ruimten in het Coen Cuserhuis. In oktober 1940 kan het eigen schoolgebouw weer worden betrokken. De omstandigheden zijn dan echter wel drastisch veranderd.

Op de Dreefschool zijn de oorlogsjaren niet onopgemerkt voorbij gegaan.Wij beperken ons tot de feiten. Feiten waarachter veel ellende, spanning en verdriet schuilgaat. In 1941 roept de directeur van Winterhulp Haarlem op, het leed van de armen te helpen verzachten door mee te werken aan ‘pondjesdag’.

Op 31 januari 1942 deelt het hoofd van de school mee, dat de school wegens gebrek aan brandstof moet worden gesloten. Het Coen Cuserhuis zorgt opnieuw voor opvang.

Er wordt uitvoerig gesproken over een schrijven van de NSB-burgemeester inzake het tekenen van een niet-jood verklaring. Het bestuur besluit geen gehoor te geven aan deze oproep. Er wordt besloten een andere leverancier te nemen voor de schoolbehoeften, daar de huidige leverancier met betrekking tot de ‘jodenkwestie’ minder principieel is.Het benoemingsbesluit van de overheid wordt afgekeurd. Immers, door het doen van benoemingsvoordrachten, zoals verplicht wordt gesteld, zou men de nieuwe maatregel erkennen. Het bestuur besluit te benoemen zonder voordracht. In het ergste geval kan de school verplicht worden haar deuren te sluiten. De voorzitter, de heer C. ten Boom, meent uiting te moeten geven aan zijn blijdschap, dat dit besluit, dat ernstige gevolgen kan hebben, zo eenparig is genomen.

In februari 1943 benoemt het bestuur mej. A. de Koning tot onderwijzeres zonder inderdaad een voordracht in te dienen.

Op 30 augustus 1943 gaat de baas, Van Woerden, met ‘ziekteverlof’. Gezien de ernst van de toestand meent het bestuur dit te moeten toestaan. De heer van Es neemt tijdelijk het roer over. In verband met de algehele situatie besluit het bestuur elke onderwijzer(es), indien hij of zij dat wenst, een verzegelde envelop met ongeveer een maand salaris als inhoud te overhandigen, te gebruiken in geval van nood, als alle verband tussen personeel en bestuur mocht zijn afgesneden.

Op 11 juni 1944 bestaat de school 25 jaar. Dit heuglijke feit kan gezien de benarde situatie niet groots worden gevierd. Men besluit tot een samenzijn met personeel. Ook de heer van Es is 25 jaar aan de school verbonden. Hij ontvangt een gratificatie van ƒ 1.300,-, mede voor zijn werk als waarnemend hoofd in het moeilijke afgelopen schooljaar.

Het bericht dat de voorzitter van het bestuur, de heer C. ten Boom, gevangen is genomen, meegenomen naar Scheveningen en daar na een korte ziekte is overleden, is voor een ieder een grote schok.

Ieder schooljaar brengen de leerlingen van de groepen 8 een bezoek aan het Corrie ten Boomhuis in de Barteljorisstraat in het kader van het project over de Tweede Wereldoorlog.

(lees verder over de oorlogsjaren in het stukje “de grondlegger”)